Haven


Het is een zonnige zaterdagochtend. Vanaf de Rode Steen schiet ik de Grote Havensteeg in, langs de Appelhaven naar mijn einddoel. De vrolijke en gemoedelijke havensfeer vult via mijn ogen en oren langzaam mijn hele lichaam. Mijn ogen beginnen helderder te stralen en mijn mondhoeken krullen omhoog. Mijn voeten beginnen vanzelf snellere passen te maken. Ik wil op tijd zijn voor dit spektakel. Maar één keer per jaar heb je zo’n mooie entourage bij de haven. Het witte bruggetje komt in zicht, daar staan al veel mensen. Rechts van de brug vind ik een mooie plek, met goed zicht op de sluis. Links de stenen muur van de kade, vol met kinderen met vlaggetjes en gekleurde baretten, daarachter volwassenen. Op de achtergrond zie ik de kale bomen staan. Via de sluis, de doorkijk naar het IJsselmeer. Rechts enkele boten langs de kade met op de achtergrond de hoofdtoren. Mijn blik naar de open sluis. Kleine golfjes, reflectie van de zon op het water. Toet, toeoeoeoet, het langverwachte geluid gevolgd door een wolk van stoom… Nog meer stoom, en dan… Daar komen de kleine bootjes met pieten. Na enkele seconden, die wel uren lijken te duren, gebeurt hetgeen waar ik zo naar verlang. De neus van de grote zwarte boeg komt door de sluis en komt op mij af. Wauw! Mijn hart maakt een sprongetje. De grote stoomboot van Sinterklaas vaart de haven binnen. Het licht op het water, de frisse zeelucht, de kou in het gezicht, de grote boot die aankomt. Het blijft magisch.
Nu, drie weken later, is de boot weer op zee, ze beginnen aan de terugreis. Om toch wat licht in de duisternis te scheppen haal ik de kerstversiering van zolder. Ik hang de ijspegelverlichting alvast aan het balkon.