Heen- en weer-fruit


Alhoewel het voorjaar in de lucht hangt, is het regelmatig fris en koud. De zonnevitamientjes zijn nog niet sterk genoeg. Daarom zorg ik ervoor dat mijn kinderen en man af en toe een stuk fruit mee nemen naar school of werk. De kinderen leveren hun lege broodtrommels aan het einde van de dag in. Gemakshalve ga ik ervan uit dat ze alles keurig hebben op gegeten. Dat geeft mij een goed gevoel. Manlief neemt zijn brood vaak mee in een plastic broodzak, gerecycled. De rest van het brood is door het gezin immers al gebruikt voor ontbijt. De sinaasappel verdwijnt los in zijn tas, voor later op de dag. Het flesje water voor onderweg gaat in de houder naast het stuur. Bij de handafwas heb ik dus twee trommels en drie flesjes.

Vrijdags geef ik iedereen weer fruit mee. ‘s Avonds worden alle werk- en schooltassen geleegd. Trommels, bekers en wat vergeten snoeppapiertjes komen uit de tassen tevoorschijn. Mijn man wroet in zijn tas.
‘Zeg, schat, het fruit is er vandaag bij ingeschoten.’ Ondertussen haalt hij zijn hand uit zijn tas en houdt de peer, die vanochtend van het aanrecht in zijn tas is gegaan, omhoog. Hij legt hem op de fruitschaal terug. Weer verdwijnt zijn hand in zijn tas, alsof er nog wat in zit. Na wat rommelen in zijn tas heeft hij blijkbaar gevonden wat hij zoekt. Zijn hand komt uit de tas met een sinaasappel.
‘Deze vond ik nog op mijn bureau. Ik dacht ik neem hem mee naar huis, anders ligt hij daar het hele weekend.’ Ook nummer twee verhuist weer terug naar de fruitschaal. Je hoort het fruit denken: Toedeledoki, prullenbak! We zijn geen rekwisieten bij Jiskefet. Nee, wij zijn bereisd. Wij pendelen graag heen en weer.