Het boze oog


In de tuin bij de vlonder hangt een mooie windgong. Boven de bamboe muziekstaven een rustieke holle kokosnoot. Heerlijk rustgevend geluid als je in de buurt zit. Jammer dat wij steeds vaker een wesp bij de waterkant zien. Ze lijken bewust ergens naar toe te vliegen. De vraag is waar ze dan graag naar toe gaan. Wij worden de wespen die wij steeds vaker in de tuin signaleren zat. Het is het einde van het zomerseizoen en dan worden die gestreepte beestjes brutaler en agressiever. Wij zien ze liever gaan dan komen, zoals u zult begrijpen. Als wij ondanks de wespen weten te ontspannen lijkt het of iets in de holte van de klappernoot naar ons kijkt. We knipperen met onze ogen, maar als we weer kijken is de situatie hetzelfde. Ssst, niks tegen de kinderen zeggen. Het bolletje van onze windgong lijkt wel een oog, een boos oog. ’s Avonds als de meeste insecten rustig zijn sluipen mijn man en ik behoedzaam naar de waterkant en staan oog in oog met ons “boze oog”. In het oog is het een gekrioel van wespen! Help, wat nu? Eraf halen en in het water gooien! Laten we even beraadslagen, want wat als die beesten boos worden? Een half uur later gaat manlief gewapend in zijn bergschoenen, lange spijkerbroek, leren jas, leren handschoenen, sjaal om zijn mond en neus, bril op, pet op zijn hoofd richting het boze oog. Ik houd de vluchtroute open… Nu komt het erop aan. Het moet snel en geruisloos gedaan worden. Aanval is de beste verdediging. Een linnen tasje vliegensvlug om de windgong en met een touwtje dicht binden. Dan de draden van de windgong door knippen. Windgong in de klaar staande emmer met water onder duwen, baksteen erop. Snel naar de tuindeuren, waar de held binnengehaald wordt. Het blijft rustig buiten, het oog heeft zich gesloten.