Ouder dom


Ik pak mijn net gedesinfecteerde karretje aan. Het spel gaat weer beginnen! Hoe kom ik bij de producten op mijn boodschappenlijst en houd ik anderhalve meter afstand? Het eerste gangpad gaat goed. Eén baan aan de rechter- en één baan aan de linkerkant als je groente nodig hebt. Alles lijkt duidelijk! Vanavond eten we vegetarisch, ik wil meteen naar de linkerbaan. Met veel moeite manoeuvreer ik mijn wagentje tussen de rij langs het groente schap. Ik wacht geduldig tot de mevrouw voor mij de aubergines in haar karretje heeft gelegd. Nu is het mijn beurt. Terwijl ik gebukt over de aubergines sta, zie ik vanuit mijn ooghoek iemand vlak achter mij langs schieten. Ik trek mijn wenkbrauwen op. Het was beslist géén anderhalve meter, laat staan vijftig centimeter. Gelukkig behoor ik niet tot de risicogroep. Onbewust draai ik mijn hoofd iets. Nu kan ik zien wie er zo dicht achter mij langs ging. Een meneer met grijs, dunner wordend haar en een beige jas, loopt kris kras door de rijen en pakt snel wat hij nodig heeft. Hoofdschuddend pak ik de aubergines die ik nodig heb. Ondertussen dreunt één van de verordeningen door mijn hoofd: Houd anderhalve meter afstand en bescherm de ouderen. Dit wordt een lastige kwestie als sommige ouderen binnen mijn cirkel komen. In dit geval zou dat betekenen dat ik over het groenteschap moet tijgeren. Na het afrekenen loop ik met mijn kar over het stoepje naar mijn fiets. Een ouder echtpaar loopt, druk met elkaar in gesprek, mij tegemoet met hun boodschappentas aan de arm. Ze zien mij niet aankomen, ik hen gelukkig wel. Mijn zwaar beladen kar loods ik zo goed als dat gaat om hen heen. Ik ben blij dat ik weer naar huis mag… Nooit verwacht dat enkele ouderen zó dom kunnen zijn.