Tuinkunst


In deze column wil ik het met u hebben over tuinkunst of kunsttuin. Tuinkunst is/zijn kunstvoorwerpen die je in de tuin kan zetten om de tuin verder aan te kleden. Bijvoorbeeld waterornamenten of leuke metalen vlinders. Er zijn op internet zelfs DIY’s (Do it yourself/zelfgemaakt) te vinden om de tuin op te vrolijken. Zoals een kapotte fiets tegen een schutting met een houten krat op de bagagedrager vol met Dahlia’s en een oude melkbus aan het stuur met een bloeiende plant. Via de trapas groeit er een klimop over het verroeste frame. Een kunsttuin is iets anders. Als ik de tuinbedrijven en diverse reclames mag geloven zijn we hard op weg om een kunsttuin te creëren. Kunstgras wordt populairder, want het is makkelijk in onderhoud en ziet er prima uit. Bij een boekhandel zie ik vogels met, volgens het kaartje, echte vogelgeluiden. Tussen mijn lievelingspost, de reclamekrantjes, zie ik een folder met een advertentie van een “kunstheg inclusief bevestigingsmateriaal”. Mijn angstbeeld is compleet: tegels, kunstgras, kunstheg, kunstvogels, kunstplanten, kunstbloemen! Daarna met zijn allen aan de kunstlucht? In die omgeving zie ik mijzelf rond lopen met een grote bijl om al die ‘nep’natuur een kopje kleiner te maken. Stilletjes hoop ik dat dit een boze droom is. Dat we niet massaal afstevenen op het verhaal van ‘de Lorax’ geschreven door dr. Seuss. Ik wil blijven genieten van mijn echte bomen met schone lucht. Die heb ik straks hard nodig, want de gedachte aan een kunsttuin vliegt me naar de keel. Zo, nu eerst een lekkere wandeling maken. Genieten van de zwemmende zwanen in de sloot, de paarden in de wei en de grazende schapen op het grasland. Mijn ongerustheid verdwijnt als sneeuw voor de zon. Dat kan ook niet anders met alle zonneschijn van de laatste weken.