Krachtig


Het is winter! Dat wist u ook al, dat is niks nieuws. Toch schreeuw ik het van de daken. Het is winter! En hoe…? Een dik pak sneeuw heeft ons laatst verblijd. Behalve behoorlijke nadelen heeft het ook voordelen. Toen ik in de namiddag een wandelingetje maakte hoorde ik vrolijk gegil. Voor de zekerheid keek ik waar het vandaan kwam. Twee tieners bekogelde twee andere tieners met sneeuwballen. Allemaal op een gepaste afstand. Ik bleef staan om te genieten van de pret die zíj hadden. De vrolijke stemmen die ik hoorde, de pretlichtjes in hun ogen, een glimlach op míjn gezicht. Het dansen van hun haren als ze de sneeuw van de kapot gevallen bal eruit schudden. Een helpende hand van een vriend om het koude witte spul uit de kraag van hun jas te vegen. Het zijn allemaal tekenen van verbroedering, van saamhorigheid. Het doet mij goed om te merken dat het nog in de mensheid zit. Soms lijkt het, als je de media moet geloven, dat het ieder voor zich is. Dit tafereel spreek boekdelen van hoe de mens van nature is. Niet veel later kwamen er vanuit een steegje twee andere tieners aanlopen. Zij kregen het viertal in het oog en bukte zich om sneeuw bij elkaar te vegen. Voordat de andere vier wisten wat ze overkwam, vlogen van onverwachte hoek sneeuwballen naar hen toe. Natuurlijk werd de tegenaanval direct geopend. Het ongedwongen, de vrolijkheid, even doen alsof er geen pandemie is… Het beeld kan ik me nog voor de geest halen. Mijn mondhoeken krullen omhoog, blijdschap tintelt vanuit mijn hart naar mijn armen en buik. Van daaruit stroomt het verder naar alle plekken in mijn lichaam. In plaats van de somberheid van afgelopen maand, voel ik kracht. Kracht om door te gaan, om het vol te houden.