Krentenbol


Door de krapte op de huizenmarkt schieten de prijzen omhoog. De woningen gaan als warme broodjes over de toonbank alsof ze gratis zijn. Ik waag me volgens de regels in het strijdgewoel. Al snel kom ik er achter dat die veranderd zijn. Ik neem een aankoop makelaar in de arm. Een huis van het kaliber waar we nu in wonen, kan ik in mijn eentje niet betalen. De makelaar belt. Er komt een huis in mijn prijsklasse vrij! Vol goede moed gaan de makelaar en ik het huis bezichtigen. Hoe meer ik van het huis zie, hoe taaier het broodje smaakt. Alhoewel alles netjes afgewerkt is, zegt het duiveltje op mijn schouder dat dit niet mijn woning is. Alle media zet ik in. Wat betekent dat ik de halve dag door mijn Facebook scrol om te zien of er huizen worden aangeboden. Ja! Dit is een kanshebber. Snel check ik Funda, het staat er nog niet op. Een telefoontje naar mijn makelaar bezorgt mij de eerste kijkplek. Het huis voelt goed. De makelaar brengt een bod uit. Ik word overboden. Uit pure wanhoop koop ik een lekkere krentenbol, waar ik mijn tanden in zet. Deze kan ik tenminste wel krijgen en betalen! Met nieuwe moed begeeft ik mij weer in het strijdgewoel. Mijn makelaar belt. Er komt een huis aan. De bewoners maken het verkoop klaar. Ondertussen blijf ik op Funda en Facebook kijken of er nog iets anders langs komt. Ik grijp steeds mis. Hé, dat is leuk! Een makelaarskantoor post een ‘raad het plaatje’. Ik ken die straat, dat is…, dat is… Binnen no-time hang ik bij mijn makelaar aan de lijn. Gelukt, 1e kijkplek. Als ik in het huis sta, voel ik rust. Ik breng een bod uit. Het huis rolt mijn kant op! Van vreugde haal ik krentenbollen bij de echte bakker.