Pseudoniem


De uitgever vroeg mij onder welke naam mijn verhaal gepubliceerd mag worden. Het voelde heel serieus. Het is mijn eerste verhaal dat gepubliceerd wordt met een ISBN-nummer! Dat betekent dat het te bestellen is bij (online) boekhandels. Ehm, ja, wat moest ik antwoorden. Je kan maar één keer je schrijfnaam kiezen. Stelt u zich voor dat ik beroemd word, dan wil ook nog rustig over straat kunnen lopen… Mijn eigen naam of een pseudoniem.

Mijn overgrootvader was grafisch ontwerper, voor voornamelijk de PTT en de Phoenix Brouwerij. Er wordt in de media gesproken over ‘De Koo.’ Hij gebruikte dus zijn eigen naam. Na onderzoek over ‘De Koo’ kwam ik op internet een artikel over mijn betovergrootvader tegen, die hoofdredacteur van ‘De Amsterdammer’ was. Daar gebruikte hij zijn eigen naam. Toneelstukken schreef hij wel onder een pseudoniem. Alhoewel hij een pseudoniem had, werd er na zijn dood wel over ‘De Koo’ geschreven. Dat maakte de beslissing er niet makkelijker op.

Ondertussen ontving ik de derde en laatste redactie van de uitgeverij. Getriggerd door hun opmerkingen herschreef ik sommige woorden en/of zinnen van ‘Pick-up’, dat in de bundel “22 Groene Kevers” komt, om de finishing touch te krijgen. Voor en tijdens het schrijfproces heb ik veel contact met mijn neef en een vriend, die allebei Kever-gek zijn, gehad. Uit de gesprekken bleek dat het verhaal in mijn hoofd in werkelijkheid niet kon. Een flinke tegenvaller, maar het opende wel andere perspectieven. In het verhaal is de sfeer beter uitgewerkt en zijn de kenmerken van de auto’s gedetailleerder geworden dan ik voor mogelijk had gehouden.

Tijdens dat proces flitste mijn naam door mijn hoofd. Te weten dat de naam van mijn voorouders weer zal klinken gaf de doorslag. Ik voel mij er goed bij! Brechje de Koo is het en blijft het.