Vriend


Mijn voet beweegt op de maat van de muziek. Met mijn ogen volg ik de paren op de dansvloer. Veel figuren die er gedanst worden herken ik. De tijd van weleer, toen ik zelf nog danste. Ik zie mijzelf en m’n vriend op de dansvloer. We waren geen sterren, maar hadden dubbel zo veel lol. Met een ontembare kracht valt de grote dikke hamer op mijn hart. Mijn oogleden bewegen op topsnelheid. Het vocht weet ik binnen te houden. Nooit meer… Nooit meer zullen wij samen dansen. Hij is er niet meer, weggerukt uit het leven. Twee jaar geleden kreeg ik een bericht van mijn vriendin, zijn vrouw, dat hij plotseling overleden was. Mijn hersens konden de informatie maar met moeite verwerken. Na een tijd ging het leven weer door, dus ik dacht dat het zijn plek wel gevonden had. We zagen elkaar de laatste tijd vooral bij verjaardagen. Zijn vrouw en ik, als dames, hadden daarentegen regelmatig contact. Gezegend dat ik hem vele jaren heb mogen kennen, genietend van zijn taalpurisme en aanstekelijke blijdschap voor een ander. Met die gedachte kijk ik weer naar de paren en laad mijzelf op met de kracht die hij had, om te proberen iets van het leven te maken. De streep die mijn lippen vormden veranderen langzaam weer in een halve maan. De leerlingen die afdansen zijn voor de gelegenheid netjes gekleed. Mijn gedachte gaat terug naar de kerstsoirrees waar we heen gingen. Dan fietste hij van zijn ouderlijk huis eerst naar mij, om me op te halen en dan fietsten we samen naar de dansschool. Dat was voor hem om, maar dat deerde hem niet. Een vriendin hoor je op te halen voor een feestje. Zo’n soort vriend was hij!